De ego en de kunst
Laatst gewijzigd op 28-10-2026
Het is lastig om iets nieuws te beginnen. Een nieuw schilderij. Soms sta ik te springen om een idee dat ik al had uit te werken. Maar soms heb ik een mooi doek over. Iets waar ik wat moois op wil maken maar ik weet nog niet wat. Maar na uren en uren is er nog geen concreet idee ontstaan. Telkens als zich wat vormt in mijn hoofd, wordt het meteen afgeschoten door een stem in mijn hoofd. "Het moet een meesterwerk worden". Alle ideeën zijn stom, cliché en niemand wil het hebben. Bij voorbaat. De innerlijke criticus draait overuren en ik blijf beteuterd naar een leeg doek staren. Bah, bah bah.
De zelfopgelegde wil om iets maken dat mij verheft, een nieuwe richting, iets baanbrekends. Die zat in de weg vandaag. Het moet in mijn oeuvre passen. Het moet in die serie. Het moet, het moet, het moet. Ik moet, ik moet, ik moet. Dolksteken in mijn creatief proces.
Zelfs nu tijdens het typen beef ik nog na. Ik heb geprobeerd mijn hoofd stil te maken door een trommel te pakken. Het hielp enigszins. De criticus werd rustig maar het doek bleef leeg. Ik probeerde linksom, ik probeerde rechtsom maar geen voortgang, geen creatieve doorbraak.
Waarom gebeurt dit? Mijn eigen analyse zegt dat omdat ik wilde maken vanuit mijn ego met al zijn grootheidswaanzin het natuurlijk niet lukte. Open deur. De trommel was een goede poging die tot stilte te brengen en zo de muzen uit te nodigen. Het lukte mij niet om te gaan spelen. Om los te laten. In plaats daarvan verzandde ik in een soort melancholie. Het doek bleef leeg. Zoveel levensvatbare ideeën passeerden de revue; Johannes de Doper, Hercules ("Hercule! Hercule!" galmde er op zijn Frans door mijn hoofd), wandelaars. Al deze schimmen zijn vandaag aan gene zijde gebleven.
Morgen weer een dag. Achteraf had ik beter mijn atelier kunnen opruimen.